Goed en slim bestuur

Smart Cities

Een slimme gemeente zoekt naar oplossingen voor sociale en maatschappelijke problemen, waarbij niet alleen de inzet van nieuwe technologieën, maar ook nieuwe samenwerkingsvormen en nieuwe bestuursmodellen aan bod kunnen komen. Technologische innovatie is geen doel op zich.

  1. Digitalisering van de dienstverlening – Een aantal diensten kunnen zeker toegankelijker en klantvriendelijker gemaakt worden dankzij nieuwe technologieën. Denk aan begeleiding naar vrije parkeerplaatsen, aan auto- en fietsdelen, aan school- en crècheregistratie en aan het verlenen van vergunningen. Dit moet gepaard gaan met begeleidende maatregelen maar evenzeer moet de loketfunctie behouden blijven voor wie niet digitaal mee is.
  2. Collectiviseren van de wifi – Waarom zou de gemeente niet voorzien in gebieddekkende wifi, dit als een collectieve dienstverlening voor de inwoners. Op die manier hebben alle gezinnen gratis toegang tot het internet en dus ook tot de digitale dienstverlening van de gemeente en wordt tegelijkertijd de factuur voor de gezinnen verlaagd.
  3. Pilootprojecten op wijkniveau – Het wijkniveau is een goede schaal om slimme combinaties te maken, bv. tussen projecten voor hernieuwbare energieopwekking (bv. via coöperatieven, slim gebruik van openbaren gebouwen, gronden) en elektromobiliteit (o.a. als energieopslag).
  4. Bescherming van de privacy – Bewakingscamera’s, gezicht-herkennende camera’s, sensoren, plaatsbepaling op basis van gps of smartphone … tal van nieuwe toepassingen vragen ook om nieuwe regels.
  5. Nieuwe vormen van inspraak – Slimme gemeenten betrekken ook hun bewoners beter bij het beleid. Inspraak alleen voldoet niet langer. We denken eerder aan vormen van co-creatie (= samenwerking op basis van een gemeenschappelijke probleemstelling, niet op basis van een min of meer afgewerkt projectvoorstel), budgetparticipatie ('participitary budgeting'), hacketons (= samenbrengen van experten om samen oplossingen te zoeken voor een concreet maatschappelijk probleem, e.a.
  6. Samenwerkingsverbanden met andere gemeenten – Bijvoorbeeld voor duurzame openbare aanbestedingen (aankoop slimme verlichting, straatverlichting met sensoren die luchtkwaliteit monitoren …) en voor het uittesten en uitwisselen van 'goede praktijken'.

Sociale innovatie stimuleren

Slimme gemeenten spelen hier handig op in door open te staan voor nieuwe ideeën, door innovatie te omarmen, door vertrouwen te geven. Nog beter is het om deze initiatieven vooruit te helpen door lokaal een netwerk uit te bouwen tussen de meest diverse actoren: bedrijven, verenigingen, initiatieven van individuele burgers …. De gemeente heeft de troef zicht te hebben op werkelijk alle type actoren op haar grondgebied en kan daardoor mensen sneller met elkaar in contact brengen.

De gemeente kan sociale innovatie ook aanmoedigen door diverse mensen samen te brengen (bv. via hacketons), door infrastructuur en locaties ter beschikking te stellen, door netwerken te stimuleren, door niet-monetaire waardenstromen te creëren én vooral door een aanspreekpunt te hebben dat in eerste instantie netwerken helpt uit te bouwen en actoren doorheen alle gemeentelijke diensten wegwijs kan maken.

  1. Aanstellen van een innovatieambtenaar – De gemeente kan een innovatieambtenaar aanstellen (cf. KMO-ambtenaar) die opdracht heeft sociale innovatie te stimuleren en te ondersteunen. De innovatieambtenaar legt vooral verbindingen.
  2. Co-creatie stimuleren – De gemeente kan concrete maatschappelijke problemen op een creatieve manier aanpakken door relevante actoren samen te brengen en samen naar oplossingen te zoeken (bv. hacketon).
  3. Ook personeelsleden kunnen een bijdrage leveren aan sociale vernieuwing door hen actief te betrekken om een aantal uitdagingen (bv. energiebesparing) op te pakken of om creatieve ideeën in te brengen.
  4. De gemeente kan het sociaal en economisch weefsel in de gemeente uitdagen en versterken door waardenstromen te stimuleren waar geen geld aan te pas komt en deze bekend te maken (bv. bedrijf dat gratis ruimte ter beschikking stelt, ruil- en deelsystemen, LETS …).
  5. De gemeente kan zorgen voor creatieve plekken waar kunstenaars, sociale ondernemers, middenvelders en creatievelingen elkaar ontmoeten en creatieve ideeën kunnen uitwisslen (vb. Fablab).

Sociaal-rechtvaardige fiscaliteit

De gemeentelijke belastingen moeten aan een aantal fundamentele criteria voldoen: ze moeten sociaal rechtvaardig, stimulerend, transparant en efficiënt zijn.
We erkennen dat lokale fiscaliteit een belangrijke vorm van gemeentelijke autonomie is en minder afhankelijk zou moeten worden van beslissingen van hogere overheden.

  1. Belastingen naar draagkracht – We zijn geen voorstander van een vaste bijdrage voor alle inwoners (algemene gemeentebelastingen, milieubelasting …) omdat deze geen rekening houdt met de draagkracht van burgers. Verbruiksbelastingen (bv. huisvuilzakken) moeten sociaal gecorrigeerd worden. Specifieke doelgroepen moeten kortingen kunnen krijgen.
  2. Nieuw systeem van vastgoedwaardering – We willen dat de gemeenten via VVSG sterker pleiten voor een nieuw systeem van vastgoedwaardering, om het verouderde Kadastraal Inkomen te vervangen. Zo’n nieuw systeem laat ook toe te kiezen voor meer progressieve lokale vastgoedbelastingen.
  3. Belasting op vennootschappen – Sommige gemeenten hebben gekozen voor een belasting op vennootschappen, als reactie op de ‘vervennootschappelijking’. Op die manier draagt elke vennootschap, slapend of actief, bij aan de inkomsten van de gemeente.
  4. Bundelen – Veel belastingen kunnen samengenomen worden zoals bv. belastingen op waterleidingen en riolen. Door te bundelen wordt duidelijker dat het specifieke vormen van algemene belastingen zijn.
  5. Leegstand bestrijden – De belastingen op tweede verblijven, op onbebouwde percelen of leegstandsheffing zijn te verdedigen omdat zij niet bijdragen tot een efficiënt ruimtegebruik.
  6. Blijven investeren – Het is nodig om de schuldevolutie en de evolutie van de investeringsruimte gezamenlijk op te volgen. Schuldverlichting en financieel draagvlak voor investeringen moeten ook veel ruimer ondersteund worden, niet enkel bij fusies van gemeenten. En bij alternatieve financiering van investeringen moeten financiële, operationele en maatschappelijke meerwaarde de drijfveer zijn. Anders verschuift men gewoon de lasten (schuld en investeringskost) naar de volgende generatie.

Nood aan een eigen publieke dienstverlening

We zijn ervan overtuigd dat de gemeente een actieve rol moet spelen in de publieke en de sociale dienstverlening. Op die manier kan ze een kwaliteitsvolle dienstverlening aan al haar burgers verzekeren. Daarnaast kan de gemeente ook sociale diensten uitbesteden en via een aanbesteding of projectoproep bepalen aan welke voorwaarden deze moeten voldoen. Belangrijk is dat de gemeente een duidelijk kader creëert dat ervoor zorgt dat de diensten die uitbesteed worden hoe dan ook kwaliteitsvol, betaalbaar en toegankelijk zijn.

  1. Diversiteit is het nieuwe normaal – Nu de bevolking almaar diverser wordt, moet dat ook weerspiegeld worden in de dienstverlening van de gemeente. De gemeente moet ook zelf tewerkstellingskansen bieden aan de burgers van allochtone afkomst, het loketpersoneel moet een afspiegeling zijn van de bevolking en bij gemeentelijke participatietrajecten moeten vertegenwoordigers uit de verschillende gemeenschappen betrokken worden.
  2. Eigen publieke diensten – De gemeente kan en moet niet alle diensten zelf organiseren en kan desgevallend – bv. na een grondige kosten-batenanalyse – diensten uitbesteden. Toch is het wijs om de bestaande publieke diensten in eigen handen te houden. Ook bij een verzelfstandiging naar een zorgbedrijf is het belangrijk dat dit publiekrechtelijke initiatieven blijven
  3. Kwaliteitscriteria in elke aanbesteding – Dat de gemeente met aanbestedingen of projectoproepen werkt voor de uitbouw van sociale diensten is niet nieuw. Belangrijkste is dat de gemeente duidelijke criteria opneemt inzake kwaliteit en duurzaamheid, ook wanneer commerciële actoren worden toegelaten.
  4. Publiek-civiele samenwerking – Ook vanuit burger(groepen) kunnen er interessante initiatieven ontstaan die aanvullend zijn op het aanbod van de gemeenten. Het is belangrijk dat de gemeentebesturen hier voldoende ruimte/ondersteuning aan bieden. Er moet plaats zijn voor publiek-civiele samenwerking (PCS) en niet enkel voor publiek-private samenwerking (PPS).
  5. DIGITAAL – DIENSTEN AAN DE BURGER - Documenten digitaal opvragen
  6. BURGERZAKEN - De gemeente blijft investeren in digitalisering zodat voor de courante producten dit zoveel als mogelijk buiten het gemeentehuis afgehandeld kan worden. Voor de specifiekere producten is het loket er om de dienst te verlenen. Voor uitzonderlijke vragen is de ondersteuning te vinden in intergemeentelijke samenwerkingen.Verder uitrollen van werken op afspraak. Uitwerken van verdere samenwerkingsverbanden bij complexere vragen.
  7. Een vraag aan het loket raakt dikwijls meerdere aspecten. De dienstverlening dient zo ruim mogelijk aangeboden te worden aan de burger. Overschrijden van de initiële vraag en proactief meedenken met de burger naar een ‘win’ voor die burger. We stellen de organisatie van de gemeente hierop in.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.